Zorgregeling

Zorgregeling

In de praktijk wordt vaak gesproken over een omgangsregeling. Deze term zal dan ook hieronder worden gebruikt. Juridisch is echter sprake van een zorg- en contactregeling.

Het recht of de plicht tot omgang is sterk in de wet verankerd. Slechts in heel uitzonderlijke gevallen zal er geen omgang plaatsvinden, denk daarbij bijvoorbeeld aan mishandeling, verslaving, ernstige psychische gestoordheid of ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind. Altijd staat het belang van het kind voorop bij de bepaling van een omgangsregeling.

Naast omgang met de ouders kan ook omgang met andere personen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staan plaatsvinden. Denk hierbij onder omstandigheden bijvoorbeeld aan grootouders, broers, zussen of donors.

In de wet is geen basisregeling opgenomen voor invulling van een omgangsregeling. Ouders zijn vrij om te bepalen welke omgang zij afspreken. In de praktijk is een veelvoorkomende basisregeling de regeling waarbij het kind een weekend per veertien dagen naar de niet-verzorgende ouder gaat. Dit is vaak van vrijdagavond of zaterdagmorgen tot zondagavond. Maar zoals gezegd is er geen verplichting om de omgangsregeling op deze wijze vorm te geven. Er kan ook worden gekozen voor een dag of meerdere dagen door de week. Of voor een verdeling bij helfte. Dit wordt wel co-ouderschap genoemd. Het kind verblijft dan gedurende de helft van de tijd bij de ene en de helft van de tijd bij de andere ouder. Daarnaast kunnen ook de vakanties, feestdagen en verjaardagen worden verdeeld.

Welke omgangsregeling het beste past hangt af van het kind en de ouders. Met school, hobby’s en werk moet rekening worden gehouden. Ook de afstand tussen de ouders speelt een rol. Als de ouders dicht bij elkaar wonen, kan het kind makkelijker een paar uur naar de andere ouder gaan. Daarnaast is ook de leeftijd van het kind van belang. Voor heel jonge kinderen is het belangrijker dat zij de ouders vaak zien dan dat het een lange periode is waarin zij de ouders zien. Voor het opbouwen van een band dient vaak contact te zijn.

De voorkeur verdient dat ouders in onderling overleg afspraken maken over een omgangsregeling. Deze afspraken worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Indien de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over de invulling van de omgangsregeling kan door een van de ouders een verzoek tot vastlegging van een regeling worden gedaan bij de rechtbank. Ook kan de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeschakeld. De Raad doet onderzoek naar de omgang die het beste past in de gegeven situatie en kijkt daarbij naar de belangen van het kind.

Indien de situatie bij de ouders of het kind wijzigt, kan wijziging van de omgangsregeling worden gevraagd.

Mocht u specifieke vragen hebben over de omgangsregeling neem dan contact op via info@peetersadvocatuur.nl, 0475-820230 of via het contactformulier op de website.

Meer informatie?